Stage

VSO-ZMLK onderwijs is eindonderwijs, dus moet er na de schoolperiode een vorm van dagbesteding of werken zijn. Leerlingen verlaten de school meestal rond hun twintigste verjaardag. 

Het traject datleidt naar schoolverlaten start tussen het 16e en 17e levensjaar van de leerling. Het uitstroomprofiel wordt inhoudelijk besproken met de leerling en de ouders. Op basis van dit profiel wordt een traject uitgezet dat past bij de mogelijkheden en interesses van de individuele leerling. Het (verwachte) uitstroomperspectief kan zijn: betaalde baan vrije bedrijf, sociale werkvoorziening, dagbesteding arbeidsmatig karakter, dagbesteding ervaringsgericht zorgkarakter.

Tijdens de uitvoering van het plan worden verschillende vormen van training, testen, scholing, ondersteuning of begeleiding ingezet.

Stage_1

Stage is in het VSO een belangrijk instrument om de sociale redzaamheid, belevingswereld en zelfstandige werkhouding van de leerlingen te vergroten. Tevens biedt stage een soepele en geleidelijke overgang van school naar arbeid of vervolgvoorziening.

Binnen het VSO is een stagecoördinator die voor leerlingen een passende stageplek zoekt afgestemd op de mogelijkheden en interesses van de leerling. De stagecoördinator begeleidt deze stages ook.

Voordat leerlingen individueel extern stage gaan lopen is hier reeds een traject aan vooraf gegaan:

  • De leerling heeft een interne stage binnen school goed doorlopen. Werkzaamheden bij interne stage zijn: kopiëren, telefoon aannemen, werken in de keuken, koffie en thee maken, absentielijst bijhouden, assisteren van de schoonmaakploeg, portierwerkzaamheden.
  • De leerling heeft onder leiding van een personeelslid van school deelgenomen aan een groepsstage in een bedrijf of instelling. Voorbeelden waar groepsstage wordt gelopen zijn: de Westrom (sociale werkvoorziening), Albert Heijn XL, werken in en voor de Wijk (samenwerking met Wel.kom)
  • De werkbelangstellings-test en/of de arbeidsinteresse-test (SIWIT, INVRA) zijn afgenomen. Deze testen leveren een beeld op waar de interesse en belevingswereld van de leerling ligt m.b.t. arbeid.

Tussen de 18e en 19e verjaardag van de leerling wordt er gekeken of het traject met betrekking tot de naschoolse periode bijstelling noodzakelijk maakt.

 

Stage_2

 

Leerlingen worden intensief voorbereid op de naschoolse periode. Schoolverlaters die naar een AWBZ gefinancierde voorziening gaan (dagbesteding arbeidsmatig karakter, dagbesteding ervaringsgerichtzorg karakter) kunnen in een vroegtijdig stadium kennismaken op de verschillende afdelingen van een vervolgvoorziening door middel van een groepsstage en (indien wenselijk) daarna geleidelijk instromen.

 

 

Leerlingen die het traject arbeid volgen kunnen door middel van individuele stages hun werkhouding oefenen, praktische vaardigheden opdoen en met verschillende werkplekken kennismaken.

Stage_3

Voor alle leerlingen die recht hebben op een wajong (uitkering) wordt in samenwerking met het UWV het uitstroomprofiel besproken en verwerkt in het participatieplan van de betreffende individuele leerling. Indien er sprake is van een arbeidscontract zal UWV extra begeleidingsinstrumenten inzetten.